Achtergrond van het onderzoek

ivfeicel2.jpg

In Nederland bestaat de mogelijkheid van een IVF-behandeling nu ruim twintig jaar. Het gebruik van deze techniek om voortplantingsproblemen te verhelpen is de laatste jaren sterk toegenomen. Momenteel wordt in Nederland naar schatting 2% van alle kinderen geboren na IVF of ICSI (IntraCytoplasmatische Sperma-Injectie, waarbij men in het laboratorium één zaadcel met een kleine naald in een eicel brengt).

U kunt zich voorstellen dat er veel met het lichaam gebeurt tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling. Door het gebruik van aanvullende hormonen zou de natuurlijke hormoonhuishouding enigszins verstoord kunnen raken. Daardoor zouden mogelijk gynaecologische aandoeningen kunnen ontstaan. Onder gynaecologische aandoeningen worden verstaan problemen op het gebied van de menstruatie en de overgang en het ontstaan van blaasjes (cysten) en andere goedaardige of kwaadaardige aandoeningen van de eierstokken of baarmoeder.

Helaas krijgt een deel van alle Nederlandse vrouwen te maken met gynaecologische aandoeningen. In dit landelijke onderzoek willen wij nagaan of deze gynaecologische aandoeningen of andere gezondheidsproblemen vaker, of juist minder vaak, voorkomen bij vrouwen die een IVF-behandeling hebben ondergaan vergeleken met vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen die geen IVF hebben ondergaan. Ook willen wij onderzoeken welke erfelijke factoren een rol spelen bij het ontwikkelen van gynaecologische aandoeningen of andere gezondheidsproblemen, lange tijd na vruchtbaarheidsbehandelingen. Dat kunnen we doen door uit teennagels DNA (erfelijk materiaal) te isoleren.